zondag 20 december 2009

Tertullianus over Maria

In zijn boek Over het Vlees van Christus, hoofdstuk XVII, beschrijft Tertullianus de analogie tussen Eva en Maria die door Irenaeus en Justinus de Martelaar ook was genoemd; Tertullianus gebruikt daarbij taal die aan Maria een belangrijke rol geeft in de verlossing van de wereld:
Into a virgin’s soul, in like manner, must be introduced that Word of God which was to raise the fabric of life; so that what had been reduced to ruin by this sex [dat is door Eva], might by the selfsame sex [dus door Maria] be recovered to salvation. As Eve had believed the serpent, so Mary believed the angel. The delinquency which the one occasioned by believing, the other by believing effaced.
Om een indruk te hebben van context waarin Tertullianus deze analogie tussen Eva en Maria plaatste, hier de tekst, die laat zien dat het de schrijver hier in wezen niet om Maria ging, maar om een beschrijving van de manier waarop Christus de wereld kon verlossen:
But the whole of [the] new birth was prefigured, as was the case in all other instances, in ancient type, the Lord being born as man by a dispensation in which a virgin was the medium. The earth was still in a virgin state, reduced as yet by no human labour, with no seed as yet cast into its furrows, when, as we are told, God made man out of it into a living soul. As, then, the first Adam is thus introduced to us, it is a just inference that the second Adam likewise, as the apostle has told us, was formed by God into a quickening spirit out of the ground, in other words, out of a flesh which was unstained as yet by any human generation.
But that I may lose no opportunity of supporting my argument from the name of Adam, why is Christ called Adam by the apostle, unless it be that, as man, He was of that earthly origin? And even reason here maintains the same conclusion, because it was by just the contrary operation that God recovered His own image and likeness, of which He had been robbed by the devil. For it was while Eve was yet a virgin, that the ensnaring word had crept into her ear which was to build the edifice of death. Into a virgin’s soul, in like manner, must be introduced that Word of God which was to raise the fabric of life; so that what had been reduced to ruin by this sex, might by the selfsame sex be recovered to salvation. As Eve had believed the serpent, so Mary believed the angel. The delinquency which the one occasioned by believing, the other by believing effaced. But (it will be said) Eve did not at the devil’s word conceive in her womb. Well, she at all events conceived; for the devil’s word afterwards became as seed to her that she should conceive as an outcast, and bring forth in sorrow. Indeed she gave birth to a fratricidal devil; whilst Mary, on the contrary, bare one who was one day to secure salvation to Israel, His own brother after the flesh, and the murderer of Himself. God therefore sent down into the virgin’s womb His Word, as the good Brother, who should blot out the memory of the evil brother. Hence it was necessary that Christ should come forth for the salvation of man, in that condition of flesh into which man had entered ever since his condemnation.

Tertullianus draait er niet om heen dat Maria een aandeel had in Gods heilsplan, maar waar het gaat om verlossing, wijst hij toch alleen op Christus. De rol van Maria was, gelovig te aanvaarden dat Christus door haar op de wereld zou komen.

Tertullianus noemt in de boeken die we van hem hebben Maria regelmatig in de context van zijn bewijsvoering dat Jezus een echt mens van vlees en bloed was. Die voorbeelden zal ik hier niet aanhalen; ze leggen de nadruk op de menselijkheid van Maria, en worden door niemand betwist.

dinsdag 15 december 2009

In gesprek met Hugo Bos over wat de bijbel leert over Maria (4)

Maria is ten hemel opgenomen, zegt Hugo Bos, een aardige ex-vrijgemaakt die zich richting Rome snelt met zijn gezin. Op zijn blog Verbond (ja, je krijgt Hugo wel uit de vrijgemaakte kerk, maar de vrijgemaakte kerk niet uit Hugo) bespreekt hij zijn geloof over Maria.

Gen. 5:
24 Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg.
2 Kon. 2:
11 En het gebeurde, als zij voortgingen, gaande en sprekende, ziet, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elía met een onweder ten hemel. 12 En Elísa zag het, en hij riep: Mijn vader, mijn vader, wagen Israëls en zijn ruiteren! En hij zag hem niet meer; en hij vatte zijn klederen en scheurde ze in twee stukken.
Henoch en Elia werden ten hemel opgenomen, zou God Maria dan minder eer geschonken hebben?
Zo ken ik er nog wat. Waarom Abraham niet? Waarom Jesaja niet? Paulus, Petrus? Dit is echt geen argument dus.

Ps. 132:
8 Sta op, HEERE! tot Uw rust, Gij en de ark Uwer sterkte! (SV); HEER, ga op weg naar uw uiteindelijk verblijf, U met uw machtige ark, (Willibrord vertaling).
Beide, Gij (de Here Jezus) en de ark (Maria) werden in de hemel opgenomen.
Typologie die me niet aanspreekt en die me niet dwingt tot enige visie op Jezus of Maria.

Open. 12:
1 En er werd een groot teken gezien in den hemel; namelijk een vrouw, bekleed met de zon; en de maan was onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren;
Maria is hier te zien als een vrouw, dus met een lichaam. Terwijl van de heiligen alleen de zielen gezien worden (Open. 6: 9).
Dat is een erg onnatuurlijke tegenstelling en zwakke exegese. Jezus is zichtbaar als een lam, als een leeuw, er is sprake van een draak, we lezen over allelei wezens. Zoals ik elders al zei, me dunkt dat alles wat we baseren op het boek Openbaring wel stevig verankerd moet zijn in de rest van de bijbel, en ik vind bovenstaand gebruik van Openbaring veel te speculatief. De kerk had al een bepaalde visie op Maria, en scharrelt en dan elk denkbaar argument bij, zo lijkt het.

2 Tess. 2:
15 Zo dan, broeders, staat vast en houdt de inzettingen, die u geleerd zijn, hetzij door ons woord, hetzij door onzen zendbrief.
We moeten naast de Bijbel dus ook de mondelinge overlevering vasthouden (de inzettingen). Volgens de apostolische traditie is Maria opgenomen in de hemel. De botten van heiligen werden in die tijd graag geclaimd, maar Maria’s botten werden nooit geclaimd. Dit is omdat ze er niet waren, omdat Maria ten hemel opgenomen is.Welke apostolische traditie? Ik ben het van harte eens met de gedachte dat we naast de bijbel ook eerbiedig moeten omgaan met die traditie. Maar in alles wat tot het jaar 200 over Maria werd gezegd door de vroeg-christelijk schrijvers, is niets zichtbaar van de speculaties die later in de kerk ontstonden. Okee, of 'boven kwamen drijven'.
Dat Maria's botten nergens zijn, is een zwak argument. Je kan er evengoed uit constateren dat ze niet van belang werd geacht in de vroege kerk. Beide argumenten zijn zwak - simpelweg omdat het een argument uit stilte is. Je kunt zo'n argument altijd omkeren.

Wat ik wel van belang vind: in de eerste en tweede eeuw zien we niks van de latere Mariologie van de RK kerk in de bijbel of in de vroeg-christelijke geschriften. dat is wel heel vreemd, als haar rol zo groot en speciaal zou zijn.


Maria is in de hemel gekroond

2 Tim. 4:
8 Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.
De gelovigen wordt de kroon der rechtvaardigheid beloofd, Maria is de grootste van alle rechtvaardigen, en is ook gekroond. Zie ook: Jak. 1: 12, 1 Pet. 5: 4 en Open. 2: 10.
Hier gebruik je een argument dat contraproductief is. Als de kroon van Maria dezelfde is als die welke allen die de verschijning van de Heer liefhebben, zullen krijgen, dan is Maria dus niets meer of minder dan al die andere gelovigen.

Open. 12:
1 En er werd een groot teken gezien in den hemel; namelijk een vrouw, bekleed met de zon; en de maan was onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren;
Maria is hier te zien met een kroon van twaalf sterren, ze zit dus gekroond in de hemel.
Ja, is dit Maria? Kom ik ooit op terug.

Maria is onze Moeder en Koningin van het Nieuwe Verbond

Joh 19:
26 Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel, dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. 27 Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.
Opmerkelijk dat Jezus tegen Maria, Zijn Moeder, zegt: “Vrouw, zie, uw zoon”. Het woord ‘Vrouw’ verwijst weer naar de vrouw waar over gesproken wordt in de moederbelofte. En tegen de Apostel Johannes zegt hij niet: “Johannes, zie uw Moeder”, maar “zie, uw Moeder”. Het is iets dat hij tegen ons allen zegt, Maria is onze Moeder. Vrouw, dat is een woord van respect. Ik denk niet dat Jezus aan de moederbelofte dacht. Ik denk dat hij liefdevol zelfs in zijn laatste uur zorgde dat zijn moeder in goede handen was - bij zijn neef Johannes. Dat Jezus niet zegt: 'Johannes, zorg voor mijn moeder' daar kan je nimmer de conclusie uit trekken dat de opdracht niet aan hem in het bijzonder maar aan de hele kerk was.
Dit is zwakke exegese, die het RK standpunt volgens mij niet helpt. Integendeel, juist omdat het zulke zwakke exegese is, heeft het bijna effect op de lachspieren. Moeten we, elke keer als iemand aan een ander een opdracht geeft in de bijbel, constateren dat die opdracht voor de hele kerk geldt als er niet uitdrukkelijk een naam voor staat? Als Jezus tegen Petrus zegt: weid mijn schapen (Joh 21:17), dan gebruikt hij bewust niet zijn naam daarbij, en dat geldt dus voor alle christenen? we zijn allemaal herders, en Petrus is er slechts een van de vele? Neeeee.

Open. 12:
17 En de draak vergrimde op de vrouw, en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en de getuigenis van Jezus Christus hebben.
Hier blijkt wat staat in Joh. 19: 26, de gelovigen worden het zaad van de vrouw (Maria) genoemd.
Please niet weer... Ik ga echt even niet in op het boek Openbaring.

Open. 12:
1 En er werd een groot teken gezien in den hemel; namelijk een vrouw, bekleed met de zon; en de maan was onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren;
Maria wordt hier als een Koningin voorgesteld, met een kroon van twaalf sterren en bekleed met de zon en de maan onder haar voeten.
idem

Joh. 2:
5 Zijn moeder zeide tot de dienaars: Zo wat Hij ulieden zal zeggen, doet dat.
Dit is een voorbeeld van de rol die Maria speelt, ze verwijst naar haar Zoon, Jezus, en leert ons dat we alles moeten doen wat Hij ons zegt. Ze speelt een bemiddelende, een middelaarsrol, tussen de gelovigen en Jezus, God.
Ik zou het woord middelaar reserveren voor Christus. Want er is (maar) 1 middelaar tussen God en de mensen... Maar okee, in een meer algemene zin, Maria bemiddelt hier. Ze vertelt de mensen dat ze Christus moeten gehoorzamen. Inderdaad. Net als jij en ik, als we anderen wijzen op Jezus. Deze geschiedenis plaatst Maria geheel niet in een bijzondere positie tov Christus of ons.

1 Kon.2: 17
13 Toen kwam Adónia, de zoon van Haggith, tot Bathséba, de moeder van Sálomo; ….17 En hij zeide: Spreek toch tot den koning Sálomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abísag, de Sunamietische, ter vrouwe geve. …. 19 Zo kwam Bathséba tot den koning Sálomo, om hem voor Adónia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand. 20 Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen.
De koning wijst alles wat de koningin vraagt niet af, en Maria is de Koningin van het Nieuwe Verbond. Verder is haar heer zo groot dat de koning voor haar buigt en haar laat zitten aan zijn rechterhand (ook: Neh. 2: 6).
Typologie die voor een RK aansprekend zal zijn, maar die mij niks zegt. Dit zie je pas als typologie als je al overtuigd bent dat Maria die bemiddelende rol speelt.


Hugo, ik heb een paar beloften gedaan. Ik zal zoeken naar de parallel tussen 2 Sam 6 en Luk 1, en ik wil verder studeren op Openbaring 11-12. Maar daar heb ik de komende maanden vast geen tijd voor.

In gesprek met Hugo Bos over wat de bijbel leert over Maria (3)


Maria is altijd maagd gebleven, zegt Hugo Bos, de gereformeerde broeder die bezig is zich onder de hoede van Paus Benedictus te gaan scharen. Ik ga hier en in andere postings in op zijn woorden over Maria. Hij vatte zijn opinies samen op zijn eigen blog

Ex. 13:
2 Heilig Mij alle eerstgeborenen; wat enige baarmoeder opent onder de kinderen Israëls, van mensen en van beesten, dat is Mijn.
Van Jezus wordt gezegd dat Hij Maria eerstegeborene is, dit betekent voor een Jood dat dit het eerste kind is dat de moederschoot opent, en dat daarom geheiligd is. Het hoeft niet te betekenen dat er daarna meer kinderen volgen.
Zo is het. Maar als in de bijbel over zijn broers en zussen wordt gesproken moet je wel erg stevige argumenten hebben om die tot neven en nichten te bombarderen ;-)

Ez. 44:
2 En de HEERE zeide tot mij: Deze poort zal toegesloten zijn, zij zal niet geopend worden, noch iemand door dezelve ingaan, omdat de HEERE, de God Israëls, door dezelve is ingegaan; daarom zal zij toegesloten zijn.
Hier wordt geprofeteerd dat Maria altijd maagd zal blijven, door de ‘poort’ waar de HEERE doorgegaan is mag niemand daarna doorgaan, die blijft toegesloten.
Deze profetie wordt alleen als profetie verstaan door wie al gelooft dat Maria eeuwig maagd is. Ik was nooit op het idee gekomen. En Jezus ging door veel andere poorten in en uit Jeruzalem. Zou dat erop duiden dat hij uit vele vrouwen kwam? Ik vind het verband gewoon vergezocht.

Mar. 6:
3 Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria
Jezus wordt altijd ‘de’ zoon van Maria genoemd, niet ‘een’ zoon van Maria.
Taalkundig een zwak argument denk ik. Ik kan zomaar ritsen voorbeelden noemen waarbij het gebruik van het woord 'de' niet wil zeggen dat er niet meer zonen, dochters, etc zijn.

Luc. 1:
31 En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten JEZUS.…34 En Maria zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?
De engel zegt: gij zult (toekomstige tijd) bevrucht worden. Maria reageert hierop met: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne? Hieruit blijkt dat Maria een levenslange eed gezworen heeft om maagd te blijven, waarom zou ze anders vragen hoe dat kan?
Maria vroeg: hoe kan ik zwanger worden, terwijl ik nog helemaal niet getrouwd ben? Je maakt veel meer van de tekst dan wat 'er in' zit. Maria een levenslange eed? Hier spreekt de kerk, niet de bijbel.

Matt. 12:
46 En als Hij nog tot de scharen sprak, ziet, Zijn moeder en broeders stonden buiten, zoekende Hem te spreken.
‘Broeders’ kan in het Hebreeuws evengoed ‘neven´ betekenen en hoeft niet op boers te duiden. Met dit vers kan dus niet aangetoond worden dat Maria meer zonen gehad heeft. Uit een aantal verzen is ook duidelijk op te maken dat Jacobus en Joses, die broeders van Jezus genoemd worden, de zonen zijn van de andere Maria, de zus van de maagd Maria, deze ander Maria is de vrouw van Klopas (Joh. 19: 25; Matt. 27: 56, 61; 28: 1; Mar. 15: 47, Mar. 6: 3).
Als zonen en dochters in het Hebreeuws 'evengoed' neven en nichten betekent, zal het Hebreeuws wel geen woord voor neef of nicht hebben? Wel dus. En als dit waar zou zijn, dan kunnen we dus overal in de bijbel waar broer of zus wordt gezegd, zonder schroomte zeggen: dat gaat over neef of nicht? Nee natuurlijk. Dat doe je alleen als je daar contextueel heel sterke argumenten voor hebt. Die zijn er in dit geval niet. Als je uit het woord 'de' zoon van Maria al constateert dat Jezus dus de enige moet zijn geweest - op grond van een vermeende grote nauwkeurigheid van uitdrukken, dan is het wel erg vreemd dat Lukas zo onnauwkeurg zou zijn geweest met de neven en nichten van Jezus als zijn broers en zussen aan te duiden. Opnieuw, hier leert de kerk, maar dit is je zuiverste inlegkunde.

In gesprek met Hugo Bos over wat de Bijbel over Maria leert (2)

Maria is de ark van het Nieuwe Verbond, zegt Hugo Bos op zijn blog over zijn trektocht naar Rome. In een eerdere posting ging in in op zijn gedachten hierover, en hier ga ik verder. Ik waardeer deze vriendelijke broeder; dat wil niet zeggen dat ik het altijd met hem eens ben he? Ik geef zijn woorden hier integraal weer, en reageer daarop.

Hebr. 9:
4 Hebbende een gouden wierookvat, en de ark des verbonds, alom met goud overdekt, in welke was de gouden kruik, daar het Manna in was, en de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds.
Joh. 6:
31 Onze vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten. 32 Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel. 35 En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
Het Manna van het Oude Verbond werd opgeborgen in de Ark van het Oude Verbond, zo bevond Jezus zich in de Ark van het Nieuwe Verbond (Maria).
Hugo, je begeeft je hier op het vlak van de typologie. Daarop valt nauwelijks te reageren, want je moet al een gelovige in het 'tegenbeeld' zijn, om het beeld in de Oudtestamentische typen te herkennen. Ik ga dus maar niet op alle voorbeelden die je geeft in. Dit zijn argumenten die alleen steekhouden voor wie al tot het Roomse koor behoort.

Ex. 25:
10 Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte. 11 En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen.
De Ark was gemaakt van onvergankelijk hout (Sittimhout, hout dat niet vergaat/verrot) en het puurste goud. Zo is Maria het puurste vat, en heeft haar lichaam geen verderving gezien.
Maria het puurste vat die geen verderving heeft gezien, dat leert de bijbel niet, maar de RK kerk. Alleen als je dat al gelooft, 'herken' je Maria in de ark.

2 Sam. 6
6 Als zij nu kwamen tot aan Nachons dorsvloer, zo strekte Uza zijn hand uit aan de ark Gods, en hield ze, want de runderen struikelden. 7 Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Uza, en God sloeg hem aldaar, om deze onbedachtzaamheid; en hij stierf aldaar bij de ark Gods.
De Ark was zo heilig en onbesmet dat Uza die de Ark aanraakt door God geslagen werd en stierf. Zo is ook Maria onbevlekt en heilig, ze is door God bewaard voor zonde en is onbevlekt om zo in zich het Woord van God te dragen.
idem.

1 Kron. 15:
28 Alzo bracht gans Israël de ark des verbonds des HEEREN op, met gejuich, en met geluid der bazuin, en met trompetten, en met cimbalen, makende geluid met luiten en met harpen.
Uit hoofdstuk 15 en 16 van Kronieken blijkt de enorme achting en eerbied die de Israëlieten hadden voor de Ark, zo moeten de gelovigen ook eerbied en achting hebben voor Maria.
idem

Jes. 66:
7 Eer zij barensnood had, heeft zij gebaard, eer haar smart overkwam, zo is zij van een knechtje verlost.
Maria heeft, zoals Jesaja profeteert, geen barensnood gekend, geen smart, ze valt dus niet onder het oordeel vanwege de zonde, zoals beschreven: “Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren” (Gen. 3: 16).
Geen barensnood? Ik refereer aan wat ik eerder al zei: dit geloof je niet omdat de bijbel het leert, maar omdat de kerk het leert. En in een enorm dik bijbelboek kom je dan een vers tegen dat daar wat op lijkt. Ik zie dit bijbelvers niet als bewijs dat Maria geen pijn bij het baren kende. Trouwens, uitgangspunt van deze visie op Maria is wel erg anti-lichamelijk.

Luc. 1:
39 En Maria, opgestaan zijnde in diezelfde dagen, reisde met haast naar het gebergte, in een stad van Juda;
2 Sam. 6:
2 En David maakte zich op, en ging heen met al het volk, dat bij hem was, van Baälim-Juda, om van daar op te brengen de ark Gods,
Er zijn diverse parallellen tussen dit hoofdstuk in 2 Sam. En Luc. 1. David gaat op om de ark Gods te halen, en Maria gaat op naar het gebergte.
Dit vind ik enorm interessant. Ik reageer er nu even niet op, maar beloof hier serieus naar te kijken. Ik zal dat doen aan de hand van de LXX, de Griekse vertaling van het OT dat Lukas zonder twijfel gebruikte. Als hier serieus taalkundige parallellie is, kan je inderdaad zeggen dat Lukas bewust een link legde met 2 Sam 6. Reuze interessant, dankje voor de gedachte.

Luc. 1:
41 En het geschiedde, als Elizabet de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeken op in haar buik; en Elizabet werd vervuld met den Heiligen Geest;
2 Sam. 6:
16 En het geschiedde, als de ark des HEEREN in de stad Davids kwam, dat Michal, Sauls dochter, door het venster uitzag. Als zij nu den koning David zag, springende en huppelende voor het aangezicht des HEEREN, verachtte zij hem in haar hart.
David sprong en danste voor de ark, zoals Johannes de Doper opsprong in de schoot van Maria.

Luc. 1:
43 En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?
2 Sam. 6:
9 En David vreesde den HEERE ten zelven dage; en hij zeide: Hoe zal de ark des HEEREN tot mij komen?
Het is een heilig privilege wanneer de arm des HEEREN of de arm (Maria) tot ons komen mag.

Luc. 1
56 En Maria bleef bij haar omtrent drie maanden, en keerde weder tot haar huis.
2 Sam. 6
11 En de ark des HEEREN bleef in het huis van Obed-Edom, den Gethiet, drie maanden; en de HEERE zegende Obed-Edom en zijn ganse huis.
Maria en de ark bleven drie maanden in het huis.

Open. 11:
19 En de tempel Gods in de hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijn tempel; en er werden bliksemen, en stemmen, en donderslagen, en aardbeving, en grote hagel. 1 Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd.
Op dit punt van de geschiedenis was de ark al gedurende 6 eeuwen niet gezien (zie 2 Makk. 2: 7), en wordt nu ineens in de hemel weergezien. Dit moet de Joden zeer verbaasd hebben. Waarna Johannes gelijk doorgaat met het beschrijven van de vrouw (12: 1), de ark van het Nieuwe Verbond, er is in de Bijbel geen scheiding tussen hoofdstuk 11 en 12, die is later door de vertalers toegevoegd.
De vrouw heeft maan onder haar voeten, zoals de maan het licht van de zon weerspiegelt, zo weerspiegelt Maria de glorie van de Zon der gerechtigheid (Mal. 4: 2), Jezus Christus.
Ik heb me voorgenomen om Openb 11 en 12 serieus te bekijken maar dan in het kader van een exegese van heel dat boek. Ik heb twijfels aan de benadering om Maria te zien in de vrouw die in Openb 12 genoemd wordt, maar ik laat dat nu liever in het midden. Ik sta er open voor.

Open. 12:
17 En de draak vergrimde op de vrouw, en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en de getuigenis van Jezus Christus hebben.
De gelovigen worden hier het zaad van de vrouw (Maria) genoemd, dit sluit aan bij de Katholieke gewoonte om Maria de moeder van alle gelovigen te noemen.

Open. 12:
13 En toen de draak zag, dat hij op de aarde geworpen was, zo heeft hij de vrouw vervolgd, die het manneken gebaard had.
De draak vervolgd de vrouw (Maria), zelfs nadat ze al gebaard heeft. Dit betekent dat zijn een blijvende bedreiging voor hem vormt.

In gesprek met Hugo Bos over wat de bijbel over Maria leert (I)


Ik waardeer Hugo Bos, een ex-vrijgemaakte broeder die met zijn gezin bezig is Rooms Katholiek te worden. Hij heeft een blog met erg veel goed informatie over zijn eigen koers richting Rome. In 2010 zal hij met zijn gezin 'de Tiber overzwemmen'. Op zijn blog heeft Hugo een lijst met bijbelteksten met kort commentaar waarmee hij aangeeft hoe dat op Maria en de Roomse leer over Maria slaat. Ik geef zijn teksten weer, en plaats daarbij mijn kanttekeningen. Ik zal dat kort houden. En omdat hij nogal veel teksten en gedachten op zijn blog heeft over dit thema, zal ik het in een delen behandelen.

Gen. 3:
15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.
God zet vijandschap tussen “u” (Satan) en de vrouw (Maria). In Openbaringen 12 zie je de vervulling hiervan. In vers 13 staat dat de draak (Satan) krijg voert tegen de vrouw (Maria) en daarna (zie vers 17) tegen haar zaad die de geboden van God bewaren (de gelovigen). De Bijbel begint en eindigt dus met de Satan die strijd voert tegen de vrouw en haar zaad.
Ik denk niet dat we bij Genesis 3:15 aan Maria hoeven te denken; het gaat in de eerste plaats over Eva. Wel is waar dat vanaf Justinus de Martelaar en Irenaeus Maria als tegenbeeld van Eva werd gezien. Openbaring 12, gaat dat over Maria? Ik vind dat bijbelboek te vol symbooltaal om zonder diepgaande studie van dat hele boek te constateren dat dit over Maria gaat. Maar: stel dat beide teksten wel over Maria gaan, dan leren we - en dat geloof ik van harte - dat het gelovige woord van Maria ('ik ben uw dienstmaagd, mij geschiedde naar uw wil') een cruciale rol in de heilsgeschiedenis speelde. Dat is niet specifiek een 'Roomse' opvatting. Dat geloven ook de Oosterse kerken, en ook de Protestanten.

Luc. 1:
42 En riep uit met een grote stem, en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks! 43 En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?
Gezegend zijt gij onder de vrouwen betekent: gij zijt de meest gezegende onder alle vrouwen. Het wordt in het Grieks echter niet zo uitgedrukt omdat een overtreffende trap in het Grieks niet bestaat.
Dat is een eigenaardig argument. Zo bewijs je niks lijkt me. Hebben we dus elke keer als in de bijbel staat: gezegend zijt gij, daarbij te denken: eigenlijk betekent dit: 'meest gezegend zijt gij'. Maar zelfs als dat in dit geval waar zou zijn - dan nog zal geen Protestant het hiermee oneens zijn. Maria was de moeder van de Heer, was er ooit een vrouw die zo'n voorname rol speelde in het Koninkrijk van God? Dat veel protestanten vanwege Roomse excessen tav Maria haar helaas hebben doodgezwegen, moet ons niet doen concluderen dat alles wat de Bijbel terecht over Maria's voorname rol zegt, ons in de richting van Rome dringt.

Luc. 1:
48 Omdat Hij de nederheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien; want zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten.
De Protestanten spreken Maria niet zalig, maar Katholieken spreken haar zalig wanneer ze de Rozenkrans bidden: “Wees gegroet Maria, vol van genade, gij zijt de gezegende onder de vrouwen …”
Het Griekse woord voor 'zalig' is makarios. Een veel gebruikt woord in het Nieuwe Testament. Hetzelfde woord, echt niks anders, als het woord 'zalig' in de zaligsprekingen van Mat 5. Ik, als protestant :-) spreekt Maria zalig, wat een gelukkig meisje was dat, want ze was enorm gezegd door God!

Luc: 2
35 (En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan) opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden.
Maria heeft op bijzondere wijze deel aan Christus lijden, zoals wij ook deel hebben aan het lijden van Christus (1 Pet. 4: 13).
Inderdaad. En? Mij leert dit niets nieuws over de rol of positie van Maria.

Joh. 2 en 19:
4 Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen.
26 Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel, dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon.
Jezus spreekt zijn moeder niet aan als moeder of als Maria o.i.d., maar Hij noemt haar bij de naam die ook in Gen. 3: 15 genoemd wordt “vrouw/γυνή”. Eva is de moeder van de Oude bedeling, zoals Maria de moeder is van de Nieuwe bedeling, en het zaad van deze vrouw zal de kop van de slang vermorzelen.
Maar of Jezus Maria 'vrouw' noemde om te refereren aan Gen 3:15? Wie dat wil zien, ziet het. Ik denk eerder dat hij een beleefde aanspreekvorm gebruikte, om zijn respect voor zijn moeder te tonen. Dit is een middenoosterse tekst, geen moderne westeuropese.

Ef. 1:
1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, aan de heiligen, die te Éfeze zijn, en gelovigen in Christus Jezus:
De gelovigen worden heiligen genoemd, zo is Maria ook heilig, ja de heiligste van allen, omdat ze “vol van genade is”.
Ja Maria is ook heilig. Maar de heiligste van allen? En oei, vol van genade... het moest er van komen... Dat woord gebruikte de engel tegen Maria. Dit zegt de engel: κεχαριτωμενη. Dat betekent: gij die volledig genade hebt ontvangen. Als het echt 'vol van genade' moest betekenen, dan had de engel vast wel plenos charitos gebruikt wat letterlijk vol genade betekent. Dat werd voor Jezus gebruikt in Joh 1:14. Maar evengoed voor Stephanus toen die werd gestenigd (Han 6:8). Voor Maria wordt die term niet gebruikt, maar als we dat graag willen lezen in Luk 1:28, dan moeten we op zijn minst vaststellen, dat de term niet meer betekende dan wat het ook betekende in het geval van de martelaar Stephanus. En we hebben om hem geen Stephanologie getheologiseerd.

maandag 7 december 2009

Justinus de Martelaar over Maria

Justinus de Martelaar (ca 100-165 na Chr) noemt de maagd Maria een aantal keren in zijn vele geschriften. Dat doet hij eigenlijk altijd in de context van zijn pogingen om te onderstrepen dat Jezus werkelijk mens was. Dit in tegenstelling tot gnosten die zijn menselijkheid ontkenden.

Ik kwam bij Justinus een keer een citaat over Maria tegen dat haar in een ander licht plaatst. In zijn Dialoog met Trypho, hoofdstuk 100, zegt hij:
He became man by the Virgin, in order that the disobedience which proceeded from the serpent might receive its destruction in the same manner in which it derived its origin. For Eve, who was a virgin and undefiled, having conceived the word of the serpent, brought forth disobedience and death. But the Virgin Mary received faith and joy, when the angel Gabriel announced the good tidings to her that the Spirit of the Lord would come upon her, and the power of the Highest would overshadow her: wherefore also the Holy Thing begotten of her is the Son of God; and she replied, ‘Be it unto me according to thy word.'
Door Eva en Maria tot elkaars tegenspelers te maken, lijkt het of Justinus ook constateert dat door Maria, verlossing in de wereld kwam. Dit is gerelateerd aan het ja-woord van Maria. 'Mij geschiedde naar uw woord.'

Irenaeus, die waarschijnlijk net wat later dan Justinus schreef, heeft deze gedachte verder uitgewerkt. Het lijkt me dat we Justinus nog geen 'getuige' van een on-protestantse mariologie kunnen noemen, maar Irenaeus zeker wel.

zondag 6 december 2009

Irenaeus over de Maagd Maria

In een vorige posting, die ik inmiddels heb verwijderd, heb ik wat Irenaeus (stierf in 202 na Chr) over Maria zegt, niet correct weergegeven. Ik zei dat Irenaeus een paar keer zei dat Jezus 'door Maria passeerde zoals water door een pijp'. Het omgekeerde was waar! Deze kerkvader uit de twee helft van de tweede eeuw, bisschop van Lyon, en iemand die Polycarpus, bisschop van Smyrna nog had gekend, zei dat Jezus niet via Maria op aarde kwam zoals water door een buis. Dat was de mening van sommige sectariers die Ireneaeus juist bestreed. Slordig van me dus.

In zijn boek Adverses Haereses, boek 3, XXI.10, schrijft Irenaeus:
10. For as by one man’s disobedience sin entered, and death obtained [a place] through sin; so also by the obedience of one man, righteousness having been introduced, shall cause life to fructify in those persons who in times past were dead. And as the protoplast himself Adam, had his substance from untilled and as yet virgin soil (“for God had not yet sent rain, and man had not tilled the ground”), and was formed by the hand of God, that is, by the Word of God, for “all things were made by Him,” and the Lord took dust from the earth and formed man; so did He who is the Word,recapitulating Adam in Himself, rightly receive a birth, enabling Him to gather up Adam [into Himself], from Mary, who was as yet a virgin. If, then, the first Adam had a man for his father, and was born of human seed, it were reasonable to say that the second Adam was begotten of Joseph. But if the former was taken from the dust, and God was his Maker, it was incumbent that the latter also, making a recapitulation in Himself, should be formed as man by God, to have an analogy with the former as respects His origin. Why, then, did not God again take dust, but wrought so that the formation should be made of Mary? It was that there might not be another formation called into being, nor any other which should [require to] be saved, but that the very same formation should be summed up [in Christ as had existed in Adam], the analogy having been preserved.

Hier de engelse vertaling van wat Ireneaus schreef in Adversus Haereses, Boek 3, XXII.1-2,4. Dit boekje moeten we dateren tussen 180-200 na Chr:
1 Those, therefore, who allege that He took nothing from the Virgin do greatly err. […] For if He did not receive the substance of flesh from a human being, He neither was made man nor the Son of man; and if He was not made what we were, He did no great thing in what He suffered and endured. […] The Apostle Paul, moreover, in the Epistle to the Galatians, declares plainly, God sent His Son, made of a woman. And again, in that to the Romans, he says, Concerning His Son, who was made of the seed of David according to the flesh […]

2 Superfluous, too, in that case is His descent into Mary; for why did He come down into her if He were to take nothing of her? Still further, if He had taken nothing of Mary, He would never have availed Himself of those kinds of food which are derived from the earth, by which that body which has been taken from the earth is nourished; nor would He have hungered, fasting those forty days […]

4 In accordance with this design, Mary the Virgin is found obedient, saying, ‘Behold the handmaid of the Lord; be it unto me according to your word’.
But Eve was disobedient; for she did not obey when as yet she was a virgin. And even as she, having indeed a husband, Adam, but being nevertheless as yet a virgin (for in Paradise they were both naked, and were not ashamed, inasmuch as they, having been created a short time previously, had no understanding of the procreation of children: for it was necessary that they should first come to adult age, and then multiply from that time onward), having become disobedient, was made the cause of death, both to herself and to the entire human race.
So also did Mary, having a man betrothed [to her], and being nevertheless a virgin, by yielding obedience, become the cause of salvation, both to herself and the whole human race.
And on this account does the law term a woman betrothed to a man, the wife of him who had betrothed her, although she was as yet a virgin; thus indicating the back-reference from Mary to Eve, because what is joined together could not otherwise be put asunder than by inversion of the process by which these bonds of union had arisen; so that the former ties be cancelled by the latter, that the latter may set the former again at liberty.
And it has, in fact, happened that the first compact looses from the second tie, but that the second tie takes the position of the first which has been cancelled. For this reason did the Lord declare that the first should in truth be last, and the last first. And the prophet, too, indicates the same, saying, instead of fathers, children have been born unto you.
For the Lord, having been born the First-begotten of the dead, and receiving into His bosom the ancient fathers, has regenerated them into the life of God, He having been made Himself the beginning of those that live, as Adam became the beginning of those who die.
Wherefore also Luke, commencing the genealogy with the Lord, carried it back to Adam, indicating that it was He who regenerated them into the Gospel of life, and not they Him. And thus also it was that the knot of Eve's disobedience was loosed by the obedience of Mary. For what the virgin Eve had bound fast through unbelief, this did the virgin Mary set free through faith.
Irenaeus onderstreept dat Jezus zijn menselijkheid aan Maria ontleende. Dankzij Maria was hij een echt mens. Zo echt dat ze niet volmaakt was: Irenaeus noemt de vraag van Maria om een wonder bij Kana 'untimely haste', dus: verkeerd getimede haast.(Adverses Haereses 3, XVI)

Irenaeus gaat verder. Hij beschrijft Jezus en Maria als het tegendeel van Adam en Eva. Waar Eva ongehoorzaam was, was Maria gehoorzaam en 'door gehoorzaam te zijn, werd ze de oorzaak van verlossing, zowel voor zichzelf als voor het gehele menselijke ras'. Als ik me niet vergis is dit de eerste verwijzing in de patristische literatuur naar het belang van de gehoorzaamheid van Maria. Haar gehoorzaamheid was 'de oorzaak van verlossing'.

Irenaeus gaat op dit thema door in Adversus Haereses, Boek 5, XIX, Para 1:
1 That the Lord then was manifestly coming to His own things, and was sustaining them by means of that creation which is supported by Himself, and was making a recapitulation of that disobedience which had occurred in connection with a tree, through the obedience which was [exhibited by Himself when He hung] upon a tree, [the effects] also of that deception being done away with, by which that virgin Eve, who was already espoused to a man, was unhappily misled—was happily announced, through means of the truth [spoken] by the angel to the Virgin Mary, who was [also espoused] to a man.
For just as the former was led astray by the word of an angel, so that she fled from God when she had transgressed His word; so did the latter, by an angelic communication, receive the glad tidings that she should sustain (portaret) God, being obedient to His word. And if the former did disobey God, yet the latter was persuaded to be obedient to God, in order that the Virgin Mary might become the patroness (advocata) of the virgin Eve. And thus, as the human race fell into bondage to death by means of a virgin, so is it rescued by a virgin; virginal disobedience having been balanced in the opposite scale by virginal obedience. For in the same way the sin of the first created man (protoplasti) receives amendment by the correction of the First-begotten, and the coming of the serpent is conquered by the harmlessness of the dove, those bonds being unloosed by which we had been fast bound to death.

Interessante taal gebruikt Irenaeus hier. Ik wijs erop dat hij de term 'portaret Deum' gebruikte. Ze 'droeg God'. Dat is de nauwkeurige Latijnse term voor theotokos, een term die later tot grote opwinding in de kerk leidde.

We lezen ook dat volgens Irenaeus, Maria gehoorzaam was aan God 'opdat [ze] de advocata van Eva zou worden. De engelse vertalig die ik gebruik heeft dit advocata vertaald als patroness. Is die vertaling wel terecht? Moeten we hier niet eerder aan voorspraak denken? In 1 Joh 2:1 noemt de apostel Jezus de 'advocatus' in de Latijnse vulgaat-vertaling die ongeveer in de tijd van Irenaeus ontstond. Onze bijbel vertaald dat met 'voorspraak'. Ik denk dat de engelse Irenaeus-vertaling als 'patroness' beslist tendentieus is. Irenaeus noemde Maria een voorspraak van Eva, niet een 'patroness'.

Zoals de mensheid gebonden werd aan de dood door de maagd Eva, wordt ze 'gered door een maagd [Maria]. De maagdelijke ongehoorzaamheid werd in balans gebracht door de maagdelijke gehoorzaamheid.'

Me dunkt dat ik er niet aan ontkom te denken dat Irenaeus de eerste getuige in de kerk is van een speciale positie voor de maagd Maria.

Tenslotte een ander citaat van Irenaeus, uit zijn boekje 'Bewijs van de Apostolische Prediking], gevonden in een Armeens versie in 1907. In hoofdstuk 33 lezen we:
And just as through a disobedient virgin man was stricken down and fell into death, so through the Virgin who was obedient to the Word of God man was reanimated and received life. For the Lord came to seek again the sheep that was lost; and man it was that was lost: and for this cause there was not made some other formation, but in that same which had its descent from Adam He preserved the likeness of the (first) formation. For it was necessary that Adam should be summed up in Christ, that mortality might be swallowed up and overwhelmed by immortality; and Eve summed up in Mary, that a virgin should be a virgin's intercessor, and by a virgin's obedience undo and put away the disobedience of a virgin.
Is dit document inderdaad van Irenaeus? De theologische taal lijkt er op te wijzen. Zouden de vertalers nauwkeurig te werk zijn gegaan? Als we daarvan uitgaan, dan moeten we constateren dat Irenaeus de verlossing van (de kinderen van) Adam en Eva lijkt te danken aan Jezus en Maria. Waarbij ik er zonder meer van uitga dat Irenaeus de bijdrage die Maria leverde zocht in haar geloofsgehoorzaamheid waardoor Christus in de wereld kon komen. Het idee dat Maria verlossende bekwaamheid had, moeten we niet in de woorden van Irenaeus leggen, denk ik.

zondag 22 februari 2009

Wat de Rooms-Katholieke kerk over Maria leert

Deze tekst haalde ik van IsidorusWeb. Dit geeft goed weer hoe de Rooms-Katholieke kerk over Maria denkt:
Mariologie is de leer aangaande de maagd Maria, de moeder van Jezus. Twee dogma's uit de oudheid worden in de Katholieke Kerk en de Oosterse Orthodoxie beleden:
  • Door de Maagdelijke geboorte schonk Maria het leven aan Christus. Maria is maagd, voor, tijdens en na de geboorte van Christus.
  • Maria, Moeder van God (Theotokos). In wezen is dit een christologische uitspraak: Maria is moeder van Jezus, die zowel volledig mens als volledig God is (de twee-naturenleer).
In de moderne tijd werden in de Rooms-Katholieke Kerk twee dogma's, die reeds eeuwen bestanddeel van de katholieke geloofspraktijk waren, formeel bevestigd:
  • Paus Pius IX kondigde in 1854 het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis af. Met dit laatste wordt bedoeld dat Maria zonder erfzonde is geboren;
  • Paus Pius XII voegde in 1950 aan de reeds bestaande dogma's toe dat Maria in de hemel was opgenomen (Maria Tenhemelopneming).
Sommige gelovigen vragen ook de afkondiging door de Kerk van het vijfde en laatste mariale dogma, dat van Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Eén van de pleitbezorgers voor dit dogma is de curiemedewerker Mgr. Arthur B. Calkins van de Congregatie voor de Geloofsleer en lid van de Internationale Theologencommissie. Eén van de bekendste ijveraars uit het verleden was de Heilige Maximiliaan Kolbe. Ook Paus Johannes Paulus II sprak herhaalde malen over Maria als Medeverlosseres.
Duidelijk is dat we bij deze visie op Maria er niet omheen kunnen om de Roomse visie op de rol van heiligen te beschouwen, en ook de Roomse visie op de relatie tussen het leergezag van de kerk en de kerkelijke traditie.

woensdag 17 december 2008

St Chrysostomos over de moeder van de Heer

In zijn preken over het evangelie naar Johannes, spreekt de kerkvader Johannes Chrysostomos (347–407), bisschop van Constantinople (398-404) over Maria, moeder van de Heer, in zijn behandeling van de Bruiloft te Kana (Homilie 21, Johannes 2). Hij zegt daarin over Maria het volgende.

Waarom zei Maria: 'de wijn is op'? Volgens St Chrysostomos:
Ze verlangde ernaar om hen een gunst te bewijzen, en ook om zichzelf via haar Zoon meer zichtbaar te maken; misschien had ze soortgelijke menselijke gevoelens als Zijn broers, toen die zeiden: 'Toon uzelf aan de wereld (John 7:4)', in hun verlangen om voordeel te behalen door Zijn wonderen. Daarom reageerde Hij enigszins abrupt, toen Hij zei: 'Vrouw, wat heb ik met u van doen. Mijn uur is nog niet gekomen.'

[Chrysostomos laat vervolgens zien dat Jezus zijn moeder wel degelijk respecteerde, zoals goede kinderen hun ouders eren moeten.]

Wanneer ouders [van hun kinderen] iets onredelijks vragen en struikelblokken neerwerpen in geestelijke kwesties, dan is het onveilig om te gehoorzamen. Daarom antwoordde Hij [...] 'Wie zijn mijn moeder en mijn broeders (Math 12"48)?', omdat ze niet goed over Hem dachten; en zij [Maria], omdat ze Hem gedragen had, meende in overeenstemming met de gewoonte der moeders, dat ze Hem in alle dingen moest leiden, toen ze zocht naar eer en verering voor Hem. Dit is dus de reden waarom Hij bij die gelegenheid zo reageerde. [...] Niet om haar te beledigen die Hem had gedragen (Dat idee zij verre van ons) maar om haar het grootste voordeel te geven, en opdat ze niet gering over Hem zou denken. want als Hij zich zorgen maakte om anderen, en zijn best deed om aan allen de juiste inzichten over Hemzelf te verschaffen, hoeveel te meer deed Hij dat dan in het geval van zijn moeder.

Het is waarschijnlik dat ze niet makkelijk zou hebben gekozen overtuigd te raken als haar eigen zoon deze dingen niet tegen haar had gezegd; ze zou in alle gevallen zijn doorgegaan zich superieur aan Hem te voelen als zijn moeder.; daarom reageerde Hij zoals Hij deed aan hen die tot Hem spraken. Anders had Hij haar gedachten niet kunnen leiden van zijn huidige laagheid naar zijn toekomstige verhoging, als ze verwachtte dat ze door Hem altijd als een zoon zou worden geeerd, en niet dat Hij als haar Meester zou komen. [...]

'Vrouw, wat heb ik met u van doen?' was ook een instructie aan haar om in de toekomst zoiets niet opnieuw te doen; want hoewel Hij zorgvuldig was om haar te eren als zijn moeder, Hij was toch veel meer bezorgd om de redding van haar ziel [....] Deze woorden waren dus geen woorden van ruwheid jegens zijn moeder, maar ze getuigden van wijsheid om haar de juiste inzichten te geven. [...] Door te laten zien dat Hij niet blij was [met haar vraag] toonde Hij dus dat Hij haar enorm eerde.[...]

Met zijn antwoord verwierp Hij zijn moeder niet, maar Hij wilde haar laten zien dat het haar geen enkele baat bracht dat ze Hem ter wereld had gebracht, als ze niet heel goed en gelovig zou zijn.[...] Als ze niet zo'n uitstekende ziel had, zou het haar niets gebaat hebben dat de Christus uit haar was geboren.
Interessant wat St Chrysostomos over de moeder van onze Heer zegt. Hij zegt:
  1. dat ze zondige, menselijke gedachten koesterde;
  2. ze vroeg haar zoon iets dat niet goed was;
  3. ze had niet de juiste inzichten over Jezus;
  4. ze werd behouden door haar geloof en goede leven;
  5. dat ze Jezus baarde was geen garantie voor haar behoud;
  6. de kans was aanwezig dat ze niet gered zou worden als Jezus haar niet corrigeerde.

dinsdag 16 december 2008

Preek over Maria

Het afgelopen weekend preekte ik over Maria, de moeder van de Heer, in de Anglikaanse kathedraal in Cairo. Ik deed dat in drie punten - over Maria de gezegende, Maria de gelovige, en Maria de gebrokene (Blessed, believing, broken). Wie de preek wil nalezen, download hem HIER. Sorry, 't is wel in het Engels.

donderdag 30 oktober 2008

De kerk na het Nieuwe Testament over Maria

Nadat we nauwkeurig hebben gekeken naar wat de bijbel over Maria, de moeder van Jezus, zegt, is het tijd om ook te zien wat de kerk onmiddellijk na het Nieuwe Testament over Maria te zeggen had. Ik maak alhier een lijst van de boekjes en brieven die we zullen bestuderen. daarbij zal ik melden wat die over Maria zeggen.

Brief van Clemens van Rome aan de kerk in Corinthe [Ca. 96 na Chr]. Zegt niets over Maria.
Brief van Barnabas [Ca. 100 na Chr], zegt niets over Maria.
Zeven brieven van Ignatius van Antiochie [Ca.115 na Chr]. Zeggen dit over Maria:
Want onze God, Jezus Christus, is ontvangen door Maria in overeenstemming met het plan van God, zowel naar het zaad van David en uit de heilige Geest.(Ignatius aan de Efeziers, 18:2)

Zowel de maagdelijkheid van Maria als dat ze ging bevallen was verborgen voor de vorst van deze eeuw, net als de dood van de Heer - drie geheimenissen die luid moeten worden verkondigd, maar die werden uitgevoerd in de stilte van God. (Ignatius aan de Efeziers, 19:1)

...Jezus Christus, geboren uit de familie van David, die (de zoon was) van Maria...(Ignatius aan de Tralliers, 9:1)
Brief van Polycarpus van Smyrna aan Filippi [ca. 130 na Chr.]. Zegt niets over Maria.
Martelaarschap van Polycarpus [Ca. 155-160 na Chr.]. Zegt niets over Maria.
II Clemens, een preek [Ca 100-140 na Chr.]. Zegt niets over Maria.
Didache; Leer van de 12 Apostelen [Ca. 50-175]. Zegt niets over Maria.

dinsdag 21 oktober 2008

10. Samenvatting: De Bijbel over Maria

Maria, een meisje uit de stam van Levi, was als jonge vrouw verloofd met Jozef, uit de stam van David; hoewel ze geen geslachtsgemeenschap met een man had gehad, werd ze zwanger. Dit was het gevolg van direct ingrijpen van God door de heilige Geest. Maria werd zwanger nadat ze gelovig en gedienstig de aankondiging van de engel daarover aanvaardde.

Jozef, haar verloofde, werd ook door een engel bezocht om hem te zeggen dat Maria’s zwangerschap het werk was van de Heilige Geest. Jozef nam Maria tot vrouw, maar had geen sexuele gemeenschap met haar totdat Maria haar eerste kind baarde.

Nadat Jezus was geboren, kregen Jozef en Maria meer kinderen; we kennen de namen van Jakobus, Jozef, Simon en Judas. Maria had een familielid Elisabeth, die met de priester Zacharias was getrouwd. De schoonvader van Maria heette Jakob. Maria’s zus heette Salome. Die was getrouwd met Zebedeus, en hun zonen waren Jakobus en Johannes.

Tijdens de bediening van haar zoon Jezus, verschijnt Maria enkele malen op het toneel. Vooral bij de bruiloft in Kana bleek haar rotsvast vertrouwen in Jezus. Ze was ook aanwezig bij de kruisiging van Jezus; Jezus vertrouwde haar toen liefdevol toe aan de zorg van Johannes, zijn neef. Maria was ook bij het graf waarin Jezus werd gelegd, en op de zondagmorgen van de opstanding was ze daar weer. Jezus verscheen aan Maria op die morgen. Maria speelde dus een heel speciale rol in de lijdenstijd – maar niet uniek. Er waren evengoed andere mannen en vrouwen bij betrokken, die meer aandacht van de schrijvers van de evangelien krijgen dan Maria.

Maria was ook aanwezig bij discipelen op de bidstonden rond de Pinksterdag. Ze hoorde dus bij de allereerste groep volgelingen van Jezus die op die dag de Heilige Geest ontvingen. Daarna lezen we echter niets meer van haar in de bijbel.

Wel heel opvallend is dat in de heel vroege kerk al snel verhalen de ronde deden over Maria die haar als een heel speciale vrouw verbeeldden. De teksten van Lukas over Maria duiden erop dat al voor hij zijn evangelie schreef, documenten of mondelinge tradities bestonden over Maria die welhaast liturgische teksten lijken te zijn.
De herinnering die we aan Maria hebben is die van een zeer gelovige jonge vrouw. Ze wordt begenadigd, gezegend, en zalig, genoemd. Haar gelovig hart maakte dat God haar genade schonk en haar bijzonder kon gebruiken. Haar hele leven kenmerkte zich in wezen door gelovig vertrouwen in haar zoon.

Maria is dus een voorbeeld bij uitstek van geloof en gehoorzaamheid. Dankzij haar geloof kon God de redder van de wereld sturen. Haar geloof had dus kosmische betekenis; dit maakt Maria tot een zeer unieke vrouw: door God gekozen om Hem te dienen door de Zoon van God te dragen en te baren. Ze was dus de Theotokos, de God-draagster. Vandaar dat we Maria, naar de woorden van Lukas 1:48-49, zalig prijzen, omdat God grote dingen aan haar heeft gedaan.

vrijdag 17 oktober 2008

9. Maria: eensgezind biddend met de discipelen

Handelingen 1:12-14 – Na de hemelvaart van Jezus bleven zijn volgelingen in Jeruzalem; Jezus had ze opdracht gegeven daar te blijven wachten tot de Heilige Geest zou worden gegeven, en dat deden ze dus:
Dezen allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.
Lukas vindt het blijkbaar van belang om Maria speciaal te noemen als aanwezige bij deze bidstonden van de discipelen. Dat ze genoemd wordt, duidt op haar speciale belang voor de jonge gemeente. Datzelfde geldt overigens ook voor de broers van Jezus. Elders zagen we al dat we bij die broers geen enkele aanleiding in de tekst vinden om ze niet te beschouwen als fysieke kinderen van Maria.

Maria hoorde bij de eerste ‘harde kern’ van gelovigen in Jezus. Dat kon voordien niet van de broers van Jezus gezegd worden, hoewel Maria altijd een gelovige was. Die broers bleken van groot belang: ze schreven briefjes die in de canon van de bijbel werden opgenomen, namelijk Jakobus en Judas.

Dat Maria wordt genoemd in het gezelschap van allerlei discipelen (die bij name worden vermeld) duidt er op dat ze zich niet speciaal onderscheidde van die groep. Ze baden eendrachtig samen. Maria had dus geen hogere positie dan anderen onder de eerste gelovigen.

Opvallend is dat Maria na dit moment niet meer wordt genoemd in het boek Handelingen., noch in de brieven van de apostelen. Vanuit de bijbel weten dus niet hoe het verder met haar ging. Dat dit het geval is, lijkt me een duidelijke aanwijzing dat de jonge gemeente haar niet zo'n unieke positie toekende als later door sommigen is gedaan.

woensdag 8 oktober 2008

8. Zie, uw moeder: Johannes 19:26-27

Hoe verschrikkelijk pijnlijk moet het voor Maria zijn geweest om haar eigen zoon te zien lijden aan een Romeins kruis. Een moment van diepe gruwel: Een zwaard ging door Maria’s ziel, zoals was voorspeld door Simeon tijdens de tempelceremonie van het opdragen van de baby Jezus.

Vanaf het kruis herkende Jezus zijn moeder. Niet slechts als zoon, maar ook als heiland van de wereld, wist Hij van haar verdriet. Johannes, zoon van Maria’s zus Salome, en dus een volle neef van Jezus, stond daar ook, dicht bij zijn tante Maria. Jezus zei tot zijn intens verdrietige moeder:
Vrouw, zie uw zoon
Daarna zei hij tot Johannes, de discipel waar hij bijzonder veel van hield:
Zie uw moeder.
En vanaf dat uur nam Johannes haar bij zich in huis.

Wat betekenen deze woorden: Vrouw, zie uw zoon, en Zie uw moeder? Ik denk dat we deze woorden moeten uitleggen in verband met de opmerking dat Johannes de moeder van Jezus daarna bij zich in huis nam. Maria, wier ziel diep schade leed door het zien van het sterven van haar zoon, had hulp nodig, en zelfs vanaf het kruis zorgde Jezus nog liefdevol voor haar door te regelen dat ze onderdak en zorg kreeg van Johannes.

Ik zie in deze tekst geen aanleiding om deze woorden anders te begrijpen dan dat Jezus aan Johannes vraagt om de zorgrol voor Maria over te nemen. Jozef, Maria's man, was waarschijnlijk al lang overleden, en Jezus was als oudste zoon degene die voor zijn moeder moest zorgen. Zelfs in zijn lijdensuur zorgde Hij nog voor haar, door teder de verantwoording bij zijn neef en volgeling te leggen.

7. Maria en het lijden van haar zoon: Matteus 27:56-28:10

(zie hierbij ook Markus 15:40-16:11 en Lukas 23:49-24:12 en Johannes 19:16b-20:31)

Matteus 27:56 - Toen Jezus aan het kruis stierf, keken veel vrouwen van een afstand toe; onder hen waren:

  1. Maria van Magdala,
  2. Maria, moeder van Jakobus en Jozef, en
  3. de moeder van de zonen van Zebedeus, dat waren Jakobus en Johannes.
In Markus 15:40 worden genoemd:
  1. Maria van Magdala en
  2. Maria, de moeder van Jakobus (die hier 'junior' wordt genoemd) en Jozef (hier Joses genaamd), en
  3. Salome (zoals blijkt, dit is de moeder van de zonen van Zebedeus, de zus van de Maria die de moeder is van Jezus)
Waarom wordt Maria, moeder van Jakobus en Jozef, hier niet de moeder van Jezus genoemd?
Waarom wordt ze in het rijtje van drie vrouwen niet als eerste genoemd?
Me dunkt dat dit er op lijkt te wijzen dat de rol van Maria, moeder van Jezus, toch niet heel groot was in de gemeenschap van waaruit of waarvoor Matteus schreef. Lukas noemt de namen van de vrouwen pas later in de lijdensverhalen.

Johannes 19:25 vermeldt dat bij het kruis, de volgende vrouwen stonden:
  1. De moeder van Jezus, (haar naam wordt niet gebruikt) en
  2. haar zuster (Salome dus), en
  3. Maria van Klopas, en
  4. Maria van Magdala
Johannes lijkt dus meer nadruk op Maria, moeder van Jezus te leggen. Dat is niet vreemd, gezien wat Jezus vervolgens vanaf het kruis tegen Maria en Johannes zegt. Daarop kom ik elders terug.

Wie is Maria van Klopas?

Maria, de moeder van Jezus, moet zich verschrikkelijk hebben gevoeld toen ze haar zoon zag lijden en sterven. Dit is onvoorstelbaar tragisch. Een zwaard ging door haar ziel, zoals voorspeld door Simeon bij de presentatie van baby Jezus in de tempel.

Matteus 27:61 - Toen Jezus in het graf werd gelegd, zaten tegenover het graf
  1. Maria van Magdala en
  2. 'de andere Maria'. Markus 16:47 noemt haar: Maria, de moeder van Joses. Dit is Maria moeder van Jezus.
Ze keken toe toen Jezus in doeken werd gewikkeld en bijgelegd in zijn graf. Ze zagen dat de steen ervoor werd gerold. Hartverscheurend voor Maria. Dat ze hier 'de andere Maria' en 'Maria, moeder van Joses) wordt genoemd, lijkt opnieuw te onderstrepen dat haar rol in de gemeenschap van Matteus niet heel groot was. Johannes vermeldt dit bezoek aan het graf niet.


Matteus 28:1-7 - op de zondag na de kruisiging, dat is, op de derde dag, gingen
  1. Maria van Magdala en
  2. 'de andere Maria'
naar het graf. Markus 16:1 zegt dat ze gingen om Jezus te zalven. Hij voegt Salome aan de twee vrouwen toe. In de beschrijving van Johannes komt Maria, de moeder van Jezus helemaal niet voor.

Markus noemt Maria, de moeder van Jezus hier: Maria van Jakobus. Vreemd, aangezien hij haar zojuist nog moeder van Joses noemde. Maar het lijkt toch echt over de ene Maria, moeder van Jezus te gaan. Zie Markus 15:40.

Op die eerste dag van de week maakten de Maria's een aardbeving mee, zegt Matteus. Markus noemt deze aardbeving niet. Matteus zegt dat de vrouwen een engel des Heren zagen neerdalen. Die wentelde de steen weg en ging daarop zitten. Markus 16:4 en Lukas 24:2 zeggen dat de steen al weg was toen de vrouwen arriveerden. Markus zegt en dat ze in het graf een jongeling met een wit gewaad aantroffen. Bij Lukas lezen we dat het om twee mannen in een blinkend gewaad ging.

De engel, dat is de man in het wit, (of de twee mannen) sprak tot de vrouwen, en vertelde dat Jezus uit de doden was opgestaan. Wat een ervaring moet dit voor Maria zijn geweest! De engel vertelde Maria dat ze naar de discipelen moest gaan, om hen te zeggen om naar Galilea te gaan, waar Jezus zich aan hen zou laten zien. Matteus en Markus beschrijven dit ongeveer hetzelfde. Lukas is iets uitgebreider maar de verhaallijn wijkt niet af.

Matteus 28:8-10 Beide Maria's waren bevreesd en blij tegelijk; ze gingen snel naar de discipelen, maar onderweg kwam Jezus hen tegemoet. Hij groette de vrouwen, die zijn voeten vastgrepen en Hem aanbaden (Gr: prosekuneesan). Maria, de moeder van Jezus, aanbad Hem dus als God. Jezus onderstreepte de opdracht die de engel al had gegeven. Markus 16:9 beschrijft hier alleen een verschijning aan Maria van Magdala.

Lukas 24:9-10 beschrijft niet dat de vrouwen Jezus onderweg zagen, maar ze gaan rechtstreeks naar de discipelen. Wel zegt Lukas aan het eind van zijn beschrijving om welke vrouwen het ging. Daar waren:
  1. Maria van Magdala
  2. Johanna
  3. Maria, moeder van Jakobus
  4. en andere vrouwen.
Ook hier wordt opvallend weinig aandacht aan Maria, moeder van Jezus gegeven. Ze wordt als derde genoemd, en we zien dat ze alleen Maria (moeder) van Jakobus wordt genoemd. Indien Maria een zeer belangrijke rol speelde in de theologie van de Nieuwtestamentische gemeente, is het wel zeer vreemd dat daar weinig van blijkt in de context van de lijdensverhalen.

dinsdag 7 oktober 2008

6. Het gezin van Maria: Matteus 13:54-57

(Zie ook Markus 6:1-3 en Johannes 6:41-42)

De bewoners van Nazaret waren kritisch op Jezus, en zeiden tegen elkaar:
Is dit niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broeders Jakobus en Jozef en Simon en Judas? En behoren zijn zusters niet allen bij ons?
Jozef, de man van Maria, was blijkbaar een timmerman. Dit is de eerste keer dat dit wordt gemeld in de bijbel. Door Matteus wordt de naam van Jozef niet gebruikt. Door Markus wordt naar Jozef zelfs niet verwezen. Jezus zelf wordt daar de timmerman genoemd. En in een vergelijkbaar gedeelte zegt Johannes: Is dit niet Jezus, de zoon van Jozef, wiens vader en moeder we kennen?

In Nazaret kenden de mensen Maria bij name. Jakobus, Jozef, Simon en Judas kenden ze ook, als broers van Jezus, en er zijn ook nog zussen die overigens niet bij name worden genoemd. Voor deze broers en zussen, zie ook Wie is de moeder van Jezus: Matteus 12:46-50, elders op deze weblog. Me dunkt dat we moeten constateren dat Maria na de geboorte van Jezus in elk geval nog zes of zeven eigen kinderen heeft gebaard.

Overigens, de Jakobus en Judas die hier als broers van Jezus worden genoemd, worden algemeen beschouwd als de schrijvers van de brieven van Jakobus en Judas in de Bijbel. van Jozef en Simon vernemen we, meen ik, niets meer.

5. Wie is de moeder van Jezus? Matteus 12:46-50

(Lees hierbij ook de paralelle gedeelten in Markus 3:31-35 en Lukas 8:19-21)

Jezus spreekt tot een menigte mensen, en Maria en de broeders (Gr: adelphoi) van Jezus staan buiten. Ze willen Hem te spreken krijgen, en sturen daarom een boodschapper. Jezus' antwoord:
Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broeders? En Hij strekte zijn hand uit over zijn discipelen en zeide: Ziedaar mijn moeder en mijn broeders. Want al wie doet de wil van mijn Vader, die in de hemelen is, die is mijn broeder en zuster (Gr: adelphe) en moeder.
Als Maria met Jezus wil spreken, en aan Hem om aandacht voor haar wordt gevraagd omdat ze zijn moeder is, maakt Jezus zeer duidelijk dat wat Hem betreft, elke vrouw die gelovig doet wat Hij zegt en wat de Vader wil, zijn moeder is.

Enerzijds zou je dit kunnen lezen als een degradatie voor Maria, als je de woorden van Jezus leest alsof hij zijn volgelingen aanwijst en bedoelt te zeggen: jullie zijn mijn ware moeder en broers en zussen, en degenen die buiten staan, die blijven maar even wachten. Dat is echter niet door de Griekse tekst geimpliceerd.

Je kunt het ook anders zeggen: Een ieder die Jezus en diens Vader in de hemelen gehoorzaamt, behoort daardoor tot de bijzondere categorie van zijn aardse moeder Maria, die immers zelf ook wordt gekenmerkt wordt door haar gelovig gehoorzamen van Jezus. En die hoort tot de categorie van zijn aardse broers en zussen, waar Jezus heel hecht verbonden mee is. Deze lezing van de tekst lijkt me de beste.

Jezus geeft niet minder aandacht aan Maria, en wellicht gaf Hij aan haar en zijn broeders en zusters meteen na zijn uitspraak, ook wel alle aandacht waarom ze vroegen. De lange toespraak die Jezus in een huis hield, kwam in elk geval ten einde, en Hij ging naar buiten. Misschien moeten we ons dit wel zo voorstellen dat Hij naar buiten ging, juist om aan zijn moeder en broeders en zusters alle respect en liefde te bewijzen, zoals Hij dat dus ook deed aan al zijn volgelingen.

Van groot belang is dat hier wordt gezegd dat Jezus broers en zussen heeft. Er is geen bijbelse aanleiding om te veronderstellen dat dit niet de lichamelijke kinderen van Maria waren. De uitspraak van Jezus dat zijn volgelingen ook zijn moeder en broers en zussen zijn, wordt wel vreemd als dat zou moeten gaan over zijn moeder en zijn neven en nichten, zoals sommigen menen. Er is in de bijbelse context geen reden om broers en zussen niet als de directe broers en zussen van Jezus te zien. Maria kreeg na haar eerstegeboren zoon Jezus dus meer zonen en dochters.

maandag 6 oktober 2008

4. Maria op de bruiloft te Kana: Johannes 2

Maria was aanwezig op de bruiloft te Kana in Galilea, waar Jezus water in wijn veranderde. Toen Maria tijdens het feest merkte dat de wijn opraakte, zei ze tegen Jezus:
Ze hebben geen wijn.
Dat leek een normale opmerking van Maria, misschien zelfs een geloofsuitspraak; ze wist dat Jezus de voortgang van het feest kon regelen. Ondanks dit vertrouwen van Maria in haar zoon, zei Jezus tegen haar:
Vrouw, wat heb ik met u van node? Mijn uur is nog niet gekomen.
Vrouw, wat heb ik met u van node, dat klinkt in het Nederlands beslist afwijzend en afstandelijk, maar zo moet het zeker niet worden gelezen. De aanduiding vrouw kan evengoed een term zijn die op innigheid duidt: het ligt maar net aan de intonatie. Als Maria bij het kruis van Jezus staat, spreekt de Heer haar ook aan met vrouw, en ik heb nooit gehoord dat iemand dat als een afstandelijke term wilde zien in die contekst.

Het lijkt logisch om te veronderstellen dat de vraag: wat heb ik met u van node, rechtstreeks te maken heeft met de opmerking: Mijn uur is nog niet gekomen. Jezus bedoelt waarschijnlijk te zeggen dat ze hem geen advies hoeft te geven in dit geval, omdat Hij wacht op het juiste tijdstip om tot actie over te gaan. Het was dus een aanmoediging voor Maria; Jezus zei haar dat Hij iets zou gaan doen. Vandaar Maria's reactie:

Daarop zei Maria tegen de bedienden:
Wat Hij u ook zegt, doe dat!
Maria liet zich niet van de wijs brengen door wat Jezus zei. Ze wist van zijn macht, en vertrouwde Hem door dik en dun. Met deze uitspraak liet ze duidelijk zien dat ze Hem geloofde, en dat ze, ook na vermaand te zijn door Jezus, zijn volgelingen en gelovige bleef.

Jezus veranderde vervolgens water in uitstekende wijn; dit was het begin van zijn tekenen. Hij openbaarde zijn heerlijkheid en zijn discipelen geloofden in Hem.

3. Maria en kerst III: bij Lukas 2

Lukas 2:4 Jozef ging naar Bethlehem om zich te laten inschrijven in de burgerlijke stand van het Romeinse rijk. Hij ging naar Bethlehem omdat hij uit het geslacht van David was. Hij ging samen met Maria - met wie hij toen nog ondertrouwd (verloofd) was. Maria was toen al zwanger. Hoogzwanger, zoals zal blijken. In dit verband is het wel erg vreemd dat we lezen dat ze toen nog ondertrouwd waren. Betekent dit wellicht dat ze toen wel getrouwd waren maar dat het huwelijk nog niet voltrokken was, dwz, er had nog geen sexueel verkeer plaatsgevonden? Ik kan me dat voorstellen. Een andere optie is dat ze inderdaad ondertrouwd naar Bethlehem gingen, en dat ze daar trouwden.

Zomaar een gedachte: Natuurlijk gingen Jozef en Maria naar Bethlehem om zich te laten inschrijven, maar zouden ze ook naar Bethlehem zijn gegaan om te voorkomen dat ze in Nazareth door zouden hebben dat Maria zwanger was buiten het huwelijk met Jozef om? Zouden ze in Bethlehem extra lang gebleven zijn, om daar het kind te krijgen?

Lukas 2:6 In Bethlehem waren Maria's dagen vervuld, dat wil zeggen, de negen maanden waren om, en ze ging baren. Ze baarde haar eerstgeboren zoon (Gr: proototokon). Die term lijkt er alleen op te duiden dat ze daarna nog meer kinderen kreeg.

Lukas 2:16 Maria maakte mee dat, terwijl ze haar kind net had gebaard, herders langskwamen die vertelden dat ze van engelen gehoord hadden dat de Heiland was geboren, Christus, de Here. (zie Lukas 2:11-12) Dit moet Maria en Jozef enorm hebben bemoedigd, want hun situatie was heel kwetsbaar.

Lukas 2:19 Maria bewaarde al deze woorden, ze overwegende in haar hart. En daarom kon ze dit later ook aan anderen vertellen, waardoor het door Lukas kon worden opgeschreven.

Lukas 2:21 Maria en Jozef lieten hun zoontje besnijden op de achtste dag, en noemden hem Jezus. Dit gebeurde waarschijnlijk nog in Bethlehem.

Lukas 2:22-24 Maria en Jozef hielden zich aan de wet van Mozes over de rituele reiniging na de zwangerschap (zie Levitikus 12:2-4). Ook dat deden ze in Bethlehem. Daarna brachten ze het kind naar de tempel in Jeruzalem om hem aan de Here voor te stellen. Dit in overeenstemming met wat Exodus 13:2 zegt, namelijk dat elk eerste mannelijke kind heilig is voor de Here. Ook brachten ze een klein offer, in overeenstemming met Levitikus 12:6-8. Maria en Jozef hielden zich blijkbaar aan de wetten van God; dat verbaast ons niet, want we zagen al dat Maria een gelovige jonge vrouw was, en in Matteus wordt Jozef rechtschapen genoemd.

Lukas 2:25-33 Maria en Jozef stonden versteld over de woorden van Simeon, een vrome man, die door God naar de tempel werd geleid om Jezus te zien. Maria stond versteld over zijn woorden, want Simeon profeteerde over Jezus, het heil voor alle volken.

Lukas 2:34 Simeon zegende Maria, Jozef en Jezus, en zei over Maria, in verband met haar kind:
....en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan.
Lukas 2:39 Toen Maria en Jozef alles wat de wet voorschreef hadden gedaan, keerden ze terug naar Nazaret.

Lukas 2:40,52 Maria beleefde dat ze wel een heel bijzonder kind had. Hoe zal ze dit ervaren hebben? Het moet niet eenvoduig zijn geweest dit kind op te voeden.

Lukas 2:41-46 Elk jaar reisden Maria en Jozef met Jezus naar Jeruzalem om het paasfeest te vieren, samen met allerlei verwanten en kennissen. Toen Jezus 12 jaar oud was, raakte hij onderweg zoek. Voor Maria moet het een verschrikkelijk zaak zijn geweest dat ze haar 12-jarige zoon kwijt was; drie dagen zocht ze hem. Hij bleek in de tempel te zijn.

Lukas 2:48 Maria vroeg aan Jezus waarom hij hen dit had aangedaan. Ze moet wanhopig zijn geweest. Samen met Jozef had ze Jezus gezocht met smart. Opvallend is dat dit vertaald is als: Waarom hebt Gij ons dit aangedaan. Vanwaar deze beleefdheidsvorm? En waarom spreekt Maria over uw vader, als ze haar 12-jarige zoon aanspreekt? Er is geen aanleiding in het Grieks om voor deze beleefdheidsvorm te kiezen: alsof Maria niet op een normale manier tot Jezus zou hebben gesproken.

Lukas 2:49 Jezus vermaant Maria en Jozef:
Waarom hebt gij naar mij gezocht? Wist gij niet dat ik bezig moet zijn met de dingen mijns Vaders?
Met die uitspraak lijkt Jezus zich al van zijn ouders te distantieren, als voorbode van zijn latere leven en sterven. Voor Maria moeten dit moelijke woorden zijn geweest. Wellicht dacht ze toen al aan de profetie van Simeon, dat door haar ziel een zwaard zou gaan.

Lukas 2:50-51 Jozef en Maria begrepen die woorden van Jezus niet, maar Maria bewaarde al deze woorden wel in haar hart. Jezus ging met ze mee terug naar Nazaret en was zijn ouders onderdanig.

zaterdag 4 oktober 2008

2. Maria en kerst II: bij Lukas 1

Lukas 1:5-8, 36 Het feit dat Zacharias een priester was, betekent dat hij een Leviet was. Hij was getrouwd met Elisabet, uit het geslacht van Aaron, dus ook een Leviet. De engel Gabriel noemt Elisabet uw verwante als hij met Maria spreekt. Maria zelf was dus ook uit de stam van Levi, het priesterlijk geslacht.

Lukas 1:26 Maria woonde in Nazaret in Galilea. Ze was een maagd (Gr: parthenos) die was ondertrouwd (verloofd) met Jozef. Jozef was uit het huis van David, dus uit het koninklijk geslacht. Voor dat woord parthenos, zie mijn commentaar bij Maria en Kerst I: bij Matteus 1-2, elders op deze weblog.

Lukas 1:26,28-33 De engel Gabriel (een engel des Heren, zie Lukas 1:11, 19) verscheen aan Maria in haar huis. Gabriel zei tegen Maria:
Weest gegroet, gij begenadigde, de Here is met u... weest niet bevreesd Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. En zie gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jakob keersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen.
Voor het begrijpen van wie Maria is, zijn deze woorden van belang. Ze wordt genoemd: een begenadigde (Gr: kecharistoomenee), en ze heeft genade gevonden bij God. (Gr: heures charin). Beide termen duiden erop dat God haar zijn genade heeft geschonken; op geen enkele manier suggereren de term dat Maria inherent genade bezat. Ze zocht God's genade, en heeft dat ontvangen.

Maria krijgt te horen dat ze zwanger zal worden, en dat ze degene zal baren die Zoon van de Allerhoogste zal heten, degene die eeuwig over het huis van David zal heersen. Ze krijgt een zoon, maar die zal Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. Maria begreep daarvan ongetwijfeld niet de betekenis, maar ze wist wel vanaf het begin van haar zwangerschap dat ze geen gewoon kind zou gaan baren en opvoeden.

Lukas 1:34 Logisch dat Maria daarom vraagt hoe dat kan gebeuren; ze heeft geen immers omgang, dat wil zeggen, geen sexuele relatie, met een man. Maria is maagd.

Lukas 1:35 De heilige Geest zal over Maria komen, de kracht van de Allerhoogste zal haar overschaduwen. Dat wordt door de engel in de toekomende tijd gezegd, dus Maria was toen nog niet zwanger. Omdat God zelf voor de zwangerschap zorgt, wordt de zoon het heilige (Gr: hagion) genoemd, en Gods Zoon (Gr: huios theou). Even onbegrijpelijke woorden voor Maria als wat de engel in Lukas 1:32 had gezegd.

Lukas 1:38 Maria's gelovige antwoord op de enorme aankondiging:
Zie, de dienstmaagd (Gr: doule) des Heren; mij geschiede naar uw woord.
Maria, die toen nog niet zwanger was, aanvaardde gehoorzaam de wil van God; ze was immers zijn dienstmaagd. Wat zou er gebeurd zijn als Maria niet zo gelovig met de wil van God had ingestemd? De keus van deze jonge vrouw was van kosmisch belang. Haar gehoorzaamheid aan de wil van God, bracht de redder van de wereld voort.

Lukas 1:39 Maria reisde snel naar de bergen van Juda, waar Zacharias en Elisabet, haar verwanten, woonden. In de korte tijd tussen de aankondiging door de engel en het arriveren van Maria bij Elisabeth, werd Maria waarschijnlijk zwanger. Zou Maria, meteen na de verschijning van de engel, naar Jozef zijn gegaan om haar verloofde het schokkende nieuws te vertellen? Of zou ze dat pas drie maanden later hebben gedaan, toen ze terug was in Nazaret? Voor beide opties is veel te zeggen. Ik vermoed dat Maria het pas bij terugkomst vertelde, want de engel sprak pas tot Jozef dat hij Maria tot vrouw moest nemen, toen bleek dat ze zwanger was. Dat was niet voordat Maria terugkeerde uit de Judeese bergen.

Lukas 1:41-44 Toen Maria bij Elisabet arriveerde en haar groette, sprong het kind waarvan Elisabet zwanger was, op in haar schoot. Elisabet werd vervuld met de heilige Geest, en luid sprak ze:
Gezegend (Gr: eulogemene) zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.
Opvallend is dat zowel het kind als de moeder gezegend worden genoemd. Elisabet noemde Maria ook de moeder van mijn Heer. De term gezegend onder de vrouwen bedoelt te zeggen dat onder alle vrouwen ter wereld, niemand zo gezegend is als Maria. Zulke woorden lijken te zijn bedoeld om enorme eer aan Maria te geven.

Lukas 1:45 Elisabet spreekt in nog meer bijzonder woorden tot Maria:
Zalig is zij, die geloofd heeft, want wat vanwege de Here tot haar gezegd is, zal volbracht worden.
Lukas 1:46-55 Maria zingt vervolgens zelf de liof van God, in wat we de Lofzang van Maria noemen, en ook wel het Magnificat:
Mijn ziel maakt groot (Latijn: magnificat) de Here,
en mijn geest heeft zich verblijd over God mijn Heiland,
omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat zijner dienstmaagd.
Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen (Gr: makariousin me) alle geslachten,
omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En heilig is zijn naam,
en zijn barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor wie Hem vrezen...
Maria spreekt vervolgens verder over God's grote daden aan Israel; waarbij misschien te denken valt dat ze zich vereenzelvigde met de eenvoudigen die God verhoogt, met de hongerigen die Hij met goederen zegent.

Lukas 1:56 Maria blijft drie maanden bij Elisabet; ze arriveerde daar toen Elisabet zes maanden zwanger was, dus Maria zal vast bij de geboorte hebben geholpen. Deze drie maanden waren van groot belang voor Maria, stel ik me zo voor. Ze zal in elk geval veel met haar verwante hebben gesproken over de woorden die de engel tot haar had gesproken, en over haar zorgen over wat haar te wachten stond. Hoe zou ze dit aan Jozef moeten vertellen? Zou hij haar wel geloven?
Bij Zacharias en Elisabet, twee oude mensen waarvan Elisabet bovendien onvruchtbaar was, zag Maria voor haar ogen het wonder van de geboorte van Johannes; het zal haar eigen vertrouwen in haar lotsbestemming hebben versterkt denk ik.

Dat Maria reden had om zich zorgen te maken om Jozef is duidelijk. Matteus beschrijft dat hij in stilte wilde scheiden toen hij van haar hoorde dat ze zwanger was. Lukas meldt daar niets over, maar alleen door een bezoek van een engel werd Jozef overtuigd toch met Maria te huwen.
Dat deed hij, en daarna gaan ze samen naar Bethlehem om zich te laten inschrijven. Zie Matteus 2:1 en Lukas 2:1.

Wat ik overigens erg opvallend vind: Lukas zocht als historikus allerlei verhalen bij elkaar - en dit verhaal over Maria heeft wel heel sterk de 'geur' van een al behoorlijk ontwikkeld verhaal binnen de gemeente. De liederen/gebeden zijn haast liturgisch.

Me dunkt dus, dat blijkbaar in de vroege kerk al grote interesse in Maria bestond, en ook duidelijk is dat haar wel grote eer werd toegekend: ze is degene die naast Jezus de 'gezegende' wordt genoemd op een manier die je voor andere vroeg-christelijke leiders niet tegenkomt in het Nieuwe Testament.